Waarom zijn we mensen los van natuur gaan zien?

Interview met Leon Lapa Pereira

Toen kunstenaar en curator Leon Lapa Pereira een aantal jaren geleden bij V2_ lab in Rotterdam onderzoek deed naar termieten, viel er ineens van alles op z’n plek. Hij zag hoe innovatief en verfijnd termieten hun tunnelsystemen bouwen, waarbij ze vanuit allerlei verschillende plekken zand, aarde en speeksel verzamelen om de tunnels te verstevigen. Ook zag hij hoe ze bij het bouwen van de tunnels met luchtstromingen werken en opslagplekken bouwen. Lapa Pereira verlegde de blik naar zijn medemens en realiseerde zich hoezeer het gedrag van termieten overeenkomt met die van de mens: ook wij verzamelen op verschillende plekken onze bouwmaterialen (metalen, chemicaliën) en stampen binnen korte tijd woonplekken en transportroutes uit de grond. Ook wij bouwen steden waarbij we rekening houden met verschillende luchtstromingen, om zo bijvoorbeeld geluiden en geuren door de stad te kunnen transporteren. Waarom, vroeg hij zich af, noemen we dat eigenlijk geen natuur? Waarom is de natuur altijd iets anders dan wij mensen? En kun je die gedachte doortrekken; als wij inderdaad wél natuur zijn, is dat wat we maken – zoals robots en ruimteschepen – dan ook deel van de natuur?

Wij zijn onze omgeving

         Centraal in het werk van Lapa Pereira staat dan ook wat hij ‘het deromantiseren van de natuur’ noemt. Hij vertelt: ‘Door de opkomst van de romantiek in de 18e en 19e eeuw is er een onoverbrugbare kloof ontstaan in het westerse denken tussen ons en wat we de natuur zijn gaan noemen. In dat opzicht zijn we uniek. Als je bijvoorbeeld de filosofie bestudeert achter yoga zoals in India beoefend, dan wordt daarin één ding duidelijk: wij zijn onze omgeving. We maken er deel van uit. De vraag is dus hoe het mogelijk is geworden dat we mensen zónder natuur kunnen denken. Met die vraag houden overigens ook veel westerse filosofen zich bezig, waaronder Timothy Morton, Donna Haraway, Martin Sheldrake en natuurlijk Bruno Latour.’

Diplomatic Suitcase in Mediamatic amsterdam

         Inmiddels werkt Lapa Pereira al een aantal jaren samen met de Ambassade van de Noordzee. Eerst tijdens het project Stem voor de Paling, en nu met de Confluence of European Water Bodies, een netwerk van de vertegenwoordigers van Europese waterlichamen. Voor de derde editie van de Confluence (21-24 september) komen alle leden van het waternetwerk – van de Spree in Berlijn tot de Mar Menor in Spanje en de Snæfellsjökull in IJsland – naar Amsterdam en Bergen. In het kader van de Confluence cureerde Lapa Pereira de tentoonstelling The Diplomatic Suitcase in Mediamatic in Amsterdam en begeleidt hij de leden van het netwerk tijdens een besloten workshopdag op 22 september in Bergen aan Zee. Hij vertelt erover aan de hand van vijf vragen.

Samen met Jakob Kukula heb je de tentoonstelling The Diplomatic Suitcase gecureerd, die vanaf 19 september te zien is in Mediamatic in Amsterdam (t/m 19 oktober). Vanuit welke gedachte heeft deze tentoonstelling vorm gekregen?

‘Om dat uit te kunnen leggen, moet ik eerst nog iets meer vertellen over de gedachte achter de Confluence of European Water Bodies. De Confluence is een netwerk dat deelt, zichzelf draagt en zich ook steeds verder uitbreidt. Zoals ik al eerder vertelde, hebben we in het Westen last van wat ik ‘filosofische tegenwind’ noem. Als het gaat om rechten voor de natuur, lopen we hier ver achter op bijvoorbeeld landen zoals Bolivia, Chili en Columbia. Op steeds meer plekken ter wereld krijgt de aarde een verankering in de grondwet, in de constitutie van het land. Vanuit die gedachte is de Confluence ontstaan: het bekrachtigt zowel het individu en het individuele waterlichaam, als het gehele collectief aan betrokken waterlichamen. In een wereld waarin het juridische raamwerk per land verschilt, helpt dit netwerk individuele waterlichamen te ‘groeien’, maar de uitwisseling en het onderling leren over de aanpak van verschillende waterlichamen vergroot de beweging net zo goed op internationaal, Europees niveau.’

‘Om het gezamenlijk onderhandelen kracht bij te kunnen zetten is de Diplomatic Suitcase ontstaan, een reizende tentoonstelling die overal ter wereld geactiveerd kan worden om het verhaal van de individuele waterlichamen, en de relatie tussen deze waterlichamen onderling, te vertellen. De wateren worden aan de hand van artefacten, ofwel talking pieces, gerepresenteerd in een grote koffer – waaronder de botten van een zeepaardje uit de jaren zeventig uit de Mar Menor of algen uit de lagune van Venetië. Deze artefacten vertellen een verhaal over waarden en openen een ruimte voor onderhandeling. Het water wordt door iets gerepresenteerd en is ook zelf letterlijk aanwezig in een klein flesje. Inmiddels staan er zo’n drienzesendertig. Verder is er een videoprojectie te zien over het netwerk en er is een accreditatietafel, waar je aan kunt plaatsnemen om vier vragen over je eigen, persoonlijke relatie tot het water te beantwoorden. Je kunt ervoor kiezen om deze te delen in de tentoonstelling of mee naar huis te nemen. Als je dat wil, voeg je dus ook zelf informatie toe over de wateren aan het geheel. Deze tentoonstelling raakt aan vragen waar ik me als maker ook mee bezighoudt: hoe kunnen we écht luisteren naar en interacteren met de wateren, zonder daar onze eigen antropomorfe waarden op te plakken?’

Heb je een favoriet artefact in de tentoonstelling?

‘Ik noem het blauwe bikinibroekje van de Polish River Sisters graag als voorbeeld. Zij zijn een (eco-)feministisch collectief uit Polen dat de rivieren in Polen – waaronder de Vistula – beschermt en daar op politiek niveau ook zeer effectief in is. Zo hebben ze recentelijk de verbouwing van een dam gestopt. De bikini werkt zo goed omdat dit object normaliter staat voor de seksualisering van het vrouwenlichaam. Deze groep eigent zich die symboliek toe door dit object in te zetten als een tool om water attractief te maken. Bovendien maakt de bikini het idee invoelbaar dat wij allemaal het water zijn. Dat mens en water in elkaar overgaan. Het is een herkenbaar artefact, waar iedereen zich aan kan relateren: aardig wat mensen hebben immers een bikini in hun kast hangen. Daardoor gaan bezoekers direct associëren en een verhaal maken als ze het bikinibroekje zien. Er ontstaat meteen creativiteit. Dat vind ik prachtig om te zien.’

De tentoonstelling bevat zowel een waarschuwing als een hoopvol toekomstbeeld, valt te lezen in een begeleidende tekst. Kun je dat verder uitleggen?

‘Ik denk dat de waarschuwing nauwelijks uitleg behoeft: die gaat over de menselijke verwaarlozing van de wateren, over het feit dat we wateren gebruiken naar ons eigen believen, bijvoorbeeld als plekken om industrieel vuil te lozen. Dat zien we overal ter wereld terug. Zo is de Delta del Llobregat ten zuidwesten van Barcelona zeer sterk vervuild, maar ook dichter bij huis zijn de voorbeelden talrijk. Neem de Doggersbank, dat langzamerhand lijkt te veranderen in één groot industrieterrein. De meeste waterlichamen vertellen een moeilijk verhaal. En dat alles speelt zich af in een sterk geïndividualiseerde wereld, waarin we op onszelf aangewezen zijn en er niet langer vanzelfsprekend sprake is van een gemeenschapsgevoel.’

‘Maar er is ook de andere kant: uiteindelijk vertelt de Diplomatic Suitcase een verhaal van collectieve kracht en hoop. Bijvoorbeeld over de gemeenschap rond de Mar Menor in Spanje. De kracht van deze groep, die vooral bestaat uit vrouwen tussen de 55-75 jaar, is enorm inspirerend. Zij hebben zelf meegemaakt hoe de Mar Menor van een prachtige, biodiverse lagune sterk vervuild en gedegradeerd is geraakt. Dat heeft een grote daadkracht losgemaakt. De gemeenschap rond de Mar Menor heeft op onvermoeibare wijze actiegevoerd en ze hebben meer dan 635.000 handtekeningen verzameld. En nu is de Mar Menor een rechtspersoonlijkheid geworden. Als je het mensen van tevoren had gevraagd, dan hadden ze waarschijnlijk gezegd: dat kan niet. Maar deze groep heeft niet opgegeven en een plan opgesteld. Als groep waren zij sterker dan wel individu dan ook.’

Je hebt ook het besloten maandagprogramma van de Confluence georganiseerd. Wat staat er op die dag te gebeuren?

‘De eerste dag van de Confluence is inderdaad alleen voor de leden van het netwerk, omdat we geloven dat we eerst naar binnen moeten gaan om daarna naar buiten te kunnen treden. Na de ceremoniële opening in de Balie op zondag staat deze dag in het teken van wederontmoeting en van de vraag hoe het met ons gaat en welke waarden we willen uitdragen. We starten de dag met meditaties, en daarna nodigen nieuwe waterlichamen uit om zichzelf te presenteren. Vervolgens gaan we uiteen in kleinere groepjes om uit te wisselen en aan gemeenschapszin te bouwen. Vervolgens treden we de volgende dag naar buiten, in Museum Kranenburgh, waar we met een bredere groep betrokkenen gaan toekomstdenken.’

Waar kijk je op deze eerste dag het meeste naar uit?

‘De wederontmoeting en de gemeenschapszin. Het is als een gevoel van thuiskomen; dit jaar nog meer dan andere jaren omdat alle waterlichamen naar Nederland komen. Ik kijk er heel erg naar uit om iedereen weer te ontmoeten en ben benieuwd wat er voor nieuws zal gaan ontstaan.’

Interview: Djuna Spreksel

Lees hier meer over de Confluence of European Water Bodies